Vier jaar schrijf ik inmiddels, wekelijks, in de nieuwsbrief van Nieuwetijds.com. De tijd gaat snel.
En juist nu, zeker in 2026 met haar intense energie, merk ik dat ik de ruimte voor het schrijven echt moet maken.
Mijn lijf is soms nog moe van de intensiteit waarmee ik leef en werk. Mijn systeem wil vaker dan ooit eerst landen voordat er ruimte ontstaat voor wat dan ook. En mijn zenuwstelsel raakt af en toe behoorlijk overprikkeld. Wekelijks schrijven is daarom helemaal niet vanzelfsprekend. Het vraagt iets van me: overgave en vertrouwen.
Overgave aan het moment. Vertrouwen, niet zozeer in een uitkomst, maar in het proces zelf.
En ergens snap ik dat dit precies is wat deze intense tijd ook van me vraagt.
Dat ik, wanneer ik moe ben of overprikkeld en weinig ruimte voel, mijn aandacht leer verschuiven.
Naar het deel van mij dat overzicht heeft, ook wanneer ik denk dat ik het even niet meer weet. Dat mijn pad kent, zelfs als ik het zelf nog niet kan zien.
Dat ruimere deel communiceert steeds weer. Niet via woorden, maar via resonantie. Via mijn lijf. Via mijn gevoel.
Mijn hogere zelf is dichterbij dan het soms voelt en communiceert eenvoudiger dan mijn hoofd vermoedt. Klein en alledaags, in plaats van luid en groot. Niet als dwingende stem of externe autoriteit, maar via intuïtie, fysieke sensaties, helderheid, nieuwsgierigheid, enthousiasme en expansie.
Dan verschuift de vraag.
Niet: “Kan ik het wel?”
Niet: “Ben ik er klaar voor?”
Maar: “Stem ik me goed af?”
De rest ontvouwt zich dan vanzelf.


